Wat is echoscopie?


Echoscopie is een techniek waarmee organen in het lichaam zichtbaar gemaakt worden. De Nederlandse naam voor echoscopie is ultrageluidonderzoek, een naam die bijna niemand overigens gebruikt: iedereen spreekt over echo. Het principe van het onderzoek berust op terugkaatsing van onhoorbare, heel hoge geluidstonen. Een transducer (de ‘echokop’) zendt die geluiden uit en vangt de teruggekaatste geluiden weer op. De inwendige organen kaatsen deze geluidsgolven terug wanneer zich een dichtheidsverandering voordoet in het weefsel of op de grens van twee verschillende weefsels en deze worden door een aan de echokop gekoppelde computer ‘geïnterpreteerd’ en zichtbaar gemaakt op een scherm, de monitor. Zo ontstaat een vrij precieze afbeelding van het geëchode gebied.

Wie maakt de echo? Hoe krijgt u de uitslag?


De echo wordt gemaakt door een echoscopist, een arts of een gynaecoloog.

Waarom wordt foetale echoscopie verricht?


Iedere zwangere krijgt in het begin van de zwangerschap een echo aangeboden om de duur van de zwangerschap zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen. Ook een eventuele meerlingzwangerschap kan dan worden aangetoond. Andere redenen voor een echoscopisch onderzoek in het begin of later in de zwangerschap kunnen zijn:

  • Bloedverlies in het begin van de zwangerschap: met echoscopisch onderzoek kan men vaststellen of de zwangerschap intact is. Bloedverlies kan een voorteken zijn van een miskraam, maar in de helft van de gevallen is er niets mis met de zwangerschap. Bedenk dat echoscopisch onderzoek niets verandert aan de uitkomst van de zwangerschap.
  • Twijfel over de groei en grootte van uw kind.
  • Een via uitwendig onderzoek moeilijk te bepalen ligging van het kind.
  • Onderzoek naar erfelijke en aangeboren aandoeningen. Dit betreft de echoscopische nekplooi- of nuchal translucency (NT-)meting in het eerste trimester van de zwangerschap en het standaard echoscopisch onderzoek bij een zwangerschapsduur van 18-22 weken. Deze beide onderzoeken behoren tot de zogenaamde prenatale echoscopische screening.
Om prenatale screening kunt u vragen. Voor prenatale diagnostiek (vruchtwaterpunctie, vlokkentest of structureel echoscopisch onderzoek in een prenataal diagnostisch centrum) komt u alleen in aanmerking als er een reden voor is. U kunt uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog om een gesprek hierover vragen. Bij prenatale screening zijn verschillende onderzoeken mogelijk die de kans berekenen dat uw foetus het Downsyndroom en/of een open rug (spina bifida) zou hebben. Het zijn kansbepalende tests: belangrijk om te weten is dat het bij een verhoogde kans niet vast- staat dat de aandoening ook daadwerkelijk aanwezig is, terwijl bij een lage kans de aandoening alsnog aanwezig kan blijken te zijn. Bij een verhoogde kans kunt u overwegen om prenatale diagnostiek te laten verrichten waarmee de aanwezigheid van de aandoening bij de foetus aangetoond of uitgesloten kan worden. Prenatale screening geeft dus geen volledige zekerheid over het wel of niet aanwezig zijn van de aandoening, prenatale diagnostiek geeft deze zekerheid in dat geval wel.
Prenatale screening en ook prenatale diagnostiek kunnen natuurlijk geen antwoord geven op de vraag of uw kind helemaal gezond zal zijn.


Als u vragen heeft, kunt u die bespreken met uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog. Als u denkt dat er een reden is voor onderzoek naar aangeboren of erfelijke aandoeningen kunt u voor meer informatie terecht bij: www.erfocentrum.nl.